FILMS



LE HAVRE

7 mei 20:15 uur

9 mei 19:00 uur


Meesterregisseur weet van vluchtelingendrama een sprookje te maken, dat de realiteit alleen maar schrijnender aan het licht brengt.

Finland / Frankrijk / Duitsland, 2011
Komedie / Drama
103 minuten
geregisseerd door Aki Kaurismäki
met o.a. André Wilms, Jean-Pierre Léaud en Kati Outinen

Er was eens een Normandische schoenpoetser, die op een dag een Afrikaans bootvluchtelingetje in zijn turquoise geschilderde huisje aantrof. Zo zou je het verhaal van Le Havre kunnen beginnen. Terwijl zijn vrouw met kanker in het ziekenhuis ligt, ontfermt Marcel Marx, voor wie de zaken niet al te best lopen, zich onvoorwaardelijk over het uitgehongerde, opgejaagde kind. Ook de kruidenier, de bakker en de kroegbazin springen bij met een hartelijkheid die de film meteen de glans van een sprookje geeft - alsof het droeve, uiterst realistische onderwerp niet anders verdient.

Alleen een genie als Aki Kaurismäki kan uit de Europese migrantenproblematiek een warmbloedige, mild tragikomische film als Le Havre smeden, zonder te vervallen in misplaatste sentimentaliteit. Een vluchteling voorbij de vreemdelingenpolitie smokkelen in een afgedekte groentekar: je moet het als 21ste-eeuws cineast maar aandurven. Maar de Finse meesterregisseur schrijft en filmt te standvastig om potentieel foute of smakeloze scènes uit zijn handen te laten glippen.

De verstilde reeks vluchtelingenportretten waarmee hij komt nadat de politie de zeecontainer vol illegalen heeft opengewrikt, de nostalgische hommages aan de Franse cinema van weleer, de zijpaadjes die de film soms inslaat en de naar zee ruikende impressies van havenstad Le Havre: het loopt allemaal vloeiend in elkaar over zonder valse tonen en zonder dat de karakters bijzaak worden.

Ook door het typisch Kaurismäkiaanse acteerwerk, dat op een niet te vatten manier even wezenloos als waardig is, gaan de moedig door het leven struikelende personages je meteen aan het hart. Idrissa móet de overkant halen, Marcels vrouw Arletty mag niet aan kanker sterven.

Of een happy end nu in zicht is of niet, net als in The Man Without a Past (2002) en Lights in the Dusk (2006) fleurt Aki Kaurismäki het aftandse bestaan van zijn personages op met allerlei details, romantische muziek, volle kleuren en vergeefse gezelligheid. Al is het maar een krakend accordeonliedje, het felle rood van een boterhammentrommeltje of de zilveren sigarettenetui waarmee de opmerkelijk behulpzame politie-inspecteur zichzelf enige elegantie verleent. Warmte en misschien wel onmogelijke medemenselijkheid, daar gaat het ondanks alles om in Kaurismäki's films, die nooit wegkijken van de ellende van het bestaan, maar niettemin zoeter lijken te worden naarmate de wereld verslechtert.

Een kwestie van optimisme tegen beter weten in: hoe krachtiger de personages zich in Le Havre om Idrissa ontfermen, hoe duidelijker je als toeschouwer voor ogen ziet hoe dat in werkelijkheid zou gaan.

Voor wie dat niet wil zien, heeft Kaurismäki archiefbeelden uit een echt televisiejournaal in zijn film verwerkt, van de agressieve ontruiming van een vluchtelingenkamp in Calais. Een kort fragment is het, lopend op de achtergrond, maar het volstaat om Kaurismäki's eigen illegalenverhaal in perspectief te plaatsen.

Le havre is een prachtig, ontroerend sprookje, dat de realiteit bepaald niet mooier maakt. 

Tekst: De Volkskrant




ONCE UPON A TIME IN ANATOLIA

14 mei 20:15 uur


De zon is net achter de heuvels verdwenen als vanuit de verte drie auto’s aan komen rijden. Het licht van de koplampen vormt een goudgele streep, achter de wielen stuift zand op. In een flauwe bocht van de weg houden twee politieautootjes en een jeep halt, en stapt een enorme hoeveelheid mannen uit.

Turkije / Bosnië-Herzegovina, 2011
Drama
150 minuten
geregisseerd door Nuri Bilge Ceylan
met o.a. Muhammet Uzuner, Yilmaz Erdogan en Taner Birsel

‘Izzet, neem jij hem mee?!’ zegt politiecommissaris Naci tegen een van zijn ondergeschikten. Die troont een geboeide man mee van de achterbank, langs een ranke boom via een waterbron, naar het heuvelachtige veld. ‘Is het hier?’ wil de politiecommissaris weten. ‘Nee, niet hier,’ antwoordt de geboeide man. ‘Er stond een ander soort boom. Ronder. Het zag er anders uit.’ ‘Neem hem maar weer mee, Izzet,’ gebiedt Naci. Hij doet geen moeite zijn irritatie te onderdrukken. Iedereen stapt weer in. De colonne trekt verder de nacht in.

Once Upon a Time in Anatolia is de zesde film van de Turkse cineast Nuri Bilge Ceylan, die naam maakte in het internationale arthouse-circuit met Kasaba (1999) en Wolken in mei (1999), en vervolgens een karrenvracht aan prijzen won met Uzak (2002), Iklimler (2006) en Three Monkeys (2008).

Ook Once Upon a Time in Anatolia oogstte al veel roem: op het festival van Cannes kreeg Ceylan vorig jaar de Grote Prijs, de op een na belangrijkste prijs van het festival (ex aequo met het fraaie sprookje Le gamin au vélo van Jean-Pierre en Luc Dardenne).

Het is terecht lof voor een filmer die met ieder nieuw werk zijn meesterschap bewijst. Ook het ruim tweeënhalf uur durende Once Upon a Time in Anatolia – een subtiele combinatie van een roadmovie, misdaadfilm en karakterstudie; een vleugje Tsjechov en pure poëzie – is weer schitterend gefotografeerd, uitgekiend gekadreerd en even spectaculair als ingetogen geacteerd. De droogkomische dialogen klinken zo langzamerhand vertrouwd, net als de vervreemdende filosofische reflecties.

Ze praten over yoghurt en over hun werk, over collega’s, het failliete land en de toelatingseisen van de Europese Gemeenschap; ze slijmen met hun superieuren en blaffen naar hun ondergeschikten. En gaandeweg leert de kijker de mannen – allen van middelbare leeftijd – steeds beter kennen. Middels hun onderlinge (machts)verhoudingen en de tragische relaties met hun vrouwen (die veelal buiten beeld blijven) schetst Ceylan een indringend beeld van een land in transitie.

‘Alles heeft een reden,’ zegt de in het leven teleurgestelde commissaris, ‘alsof het is voorbestemd.’ Ceylan illustreert zijn woorden treffend met een weergaloze scène, waarin een politieman aan een boom schudt, een paar appels naar beneden vallen, doorrollen naar een watertje, met de stroom worden meegevoerd, en ten slotte allemaal op zelfde plek vast komen te liggen.

Ze willen wel maar het zijn krabbelaars. We willen wel maar we zijn krabbelaars.

Tekst: Cinema.nl



SOUND OF NOISE

16 mei 19:00 uur


Met een compositie voor een stad en zes drummers de wereld veranderen. Totaal gestoord is het speelse sound of noise. En wat een lekker uitgangspunt om een film mee te maken.

Zweden / Frankrijk, 2010
Komedie / Misdaad
110 minuten
geregisseerd door Ola Simonsson en Johannes Stjärne Nilsson
met o.a. Bengt Nilsson, Sanna Persson en Magnus Börjeson

Je kunt natuurlijk proberen de muzak in liften en op voicemailapparaten van kantoren via geduldig ingevulde formulieren en inspraakprocedures verwijderd te krijgen. Maar dan ben je lang bezig. Bovendien zijn er mensen die echt van die rommel houden. In het vrolijk-anarchistische sound of noise van Ola Simonsson en Johannes Stjärne Nilsson doen ze dat anders.
Eindelijk weer eens een film die het helemaal over een andere boeg gooit. Drummers Sanne en Magnus besluiten samen met een inderhaast bij elkaar getrommeld clubje percussiefanaten de wereld te veranderen — te beginnen in Zweden — door niet te wachten op het voortschrijdend inzicht van de rest van het land maar door de boel radicaal in eigen hand te nemen. 'Music for one city and six drummers' moet de harten van de Zweden veroveren door ze met vier sonische terreuracties te overtuigen van de kracht van echte muziek en te bevrijden van de kitscherige melodieën die de nietsvermoedende bevolking in winkelcentra en wachtkamers in slaap sust. Dus niks politieke of ideologische motieven, gewoon het streven om mensen weer opnieuw te laten luisteren naar de geluiden en ritmes van machines, natuur en stad. En zelfs dat klinkt al te geforceerd want speels is het toverwoord hier. Vanuit een operatiekamer, met bulldozers, drilboren en hoogspanningsmasten, en verder met alles wat maar voorhanden is, wordt muziek gemaakt. De onderkoelde komedie waar ze in Scandinavië patent op hebben, doet de rest.

Simonsson en Nilsson zagen terecht dat er meer zat in hun bekroonde kortfilm music for one apartment and six drummers die ze in 2001 maakten. Ook al ontketenen ze dan met sound of noise geen revolutie want we hebben wel eens eerder gezien hoe de potten, pannen en putdeksels om ons heen gebruikt kunnen worden voor schitterende anarchistische symfonieën. Takeshi Kitano liet boeren ritmisch over akkers schoffelen in zatoichi, Jiska Rickels bracht in haar kortfilm electriek een orkest van knetterende elektrische apparaten in stelling en György Pálfi veranderde in hukkle het Hongaarse platteland in een reusachtig, magistraal concert. Maar dat ze geen revolutie ontketenen zal deze makers niks kunnen schelen. En gelukkig maar. Als je het lef hebt om zo'n vrolijk pretentieloos debuut te maken als Simonsson en Nilsson met sound of noise doen, dan stoor je je niet aan wat de rest ergens van vindt. 

Tekst: De Filmkrant




BEYOND

21 mei 20:15 uur

23 mei 19:00 uur


Wie het over Zweeds familiedrama heeft, kan niet om Ingmar Bergman heen. Geen regisseur fileerde zo genadeloos het huwelijk en relaties van ouders met kinderen en vice versa. Het hoogtepunt is het meesterwerk Fanny and Alexander (1982), waarin de toen 24-jarige Pernilla August de rol van kindermeisje speelde.
De rol leidde tot een glanzende acteercarrière, maar bijna dertig jaar later maakt de actrice haar regiedebuut met Beyond. 

Zweden / Finland, 2010
Drama
92 minuten
geregisseerd door Pernilla August
met o.a. Noomi Rapace, Ola Rapace en Tehilla Blad

De verfilming van een Zweedse bestseller voert de getrouwde Lena (Noomi Rapace) op, moeder van twee kinderen, die na haar kindertijd de banden met haar moeder (Outi Maenpaa) volledig heeft doorgesneden.

Als haar moeder terminaal ziek is, gaat ze in het ziekenhuis nog één keer de confrontatie met haar aan. Flashbacks van haar jeugd in de jaren zeventig laten zien waarom ze haar moeder uit haar leven bande. De kijker ziet een aangrijpend geval van verwaarlozing, alcoholisme en huiselijk geweld. Nooit voelen Lena (Tehilla Blad), en haar jongere broertje (Junior Blad), zich veilig bij hun ouders, Finse immigranten in Zweden, want altijd kan er tussen hen een heftige dronkenmansoorlog ontbranden. Of er dreigen klappen van haar gewelddadige vader (Ville Virtanen). Dat haar moeder nooit de kant van Lena en haar broertje kiest, maakt hen dubbel kwetsbaar.

Beyond heeft een klassieke opbouw en stijl, die verraden dat Pernilla August gevormd is in de school van Bergman en ex-man Bille August. Het drama drijft op de acteerprestaties. Noomi Rapace, die August net voor haar doorbraak met de Millennium-trilogie wist te strikken, laat als Lena prachtig zien dat een traumatisch verleden vroeg of laat naar boven komt.

Evenveel indruk maakt Tehilla Blad als de jonge Lena, die haar broertje tegen de ellende thuis probeert te beschermen. Beyond is zware kost, want het stapelt ellende op ellende en verzacht de pil niet met relativerende humor. De film doet een stevig beroep op het incasseringsvermogen van de kijker, maar de beloning is een aangrijpend drama.

Tekst: Het Parool



LES BIEN-AIMÉS

28 mei 20:15 uur

30 mei 19:00 uur


De enige professionele zanger in Les bien-aimés zingt geen noot. Michel Delpech, met liedjes als ‘Pour un flirt’, ‘Wight is Wight’ en ‘Quand j’étais chanteur’ zeer populair in het Frankrijk van de jaren zeventig, leent hier als acteur zijn stem slechts aan gesproken woord.

Frankrijk / Verenigd Koninkrijk / Tsjechië, 2011
Drama / Romantiek
139 minuten
geregisseerd door Christophe Honoré
met o.a. Catherine Deneuve, Chiara Mastroianni en Ludivine Sagnier

Regisseur Christophe Honoré wist exact waarom hij Delpech castte: vanwege het gegroefde gelaat en de veerkracht van een man die tijdens en na het grote succes aan depressies leed en meerdere malen uit de artiestenmallemolen stapte. Om in de jaren tachtig en, recenter, in de jaren nul geslaagde comebacks te maken.

Ook de personages in de alweer negende film van Honoré krijgen hun royale punt van de bitterzoete taart des levens. Omdat het verhaal begint in Parijs in 1964 en via tussenstations Praag, Londen en Montréal eindigt in 2008 bij zijn vertrekpunt, lijkt het op papier zelfs voor 135 minuten ambitieus. De film voelt echter ruimtelijk, transparant en ongeforceerd, wandelt met souplesse door vier decennia en de levensloop van de hoofdpersonen.

Honoré begint zijn muzikale film – attentie: geen musical – op het moment dat laconieke schoenenverkoopster Catherine (Ludivine Sagnier) van carrière verandert. Wanneer ze uit het magazijn listig een paar luxepumps ontvreemdt, zet haar dat nog diezelfde dag op het lucratievere pad van straatmadelief. Maar een Tsjechoslowaakse arts verovert al snel de nieuwbakken tapineuse: Catherine belandt in Praag en krijgt een dochtertje, Vera.

Daar verdiept zich de historie op meerdere niveaus: de ballade van de volwassen Vera (Chiara Mastroianni) begint. Zo vertelt Les bien-aimés parallel de omzwervingen van moeder en dochter met de geliefden in hun levens.

In deze onverholen hommage aan Jacques Demy (Les parapluies de Cherbourg, Les demoiselles de Rochefort) zijn de uit-de-losse-pols-liedjes opnieuw van Alex Beaupain, tevens verantwoordelijk voor de nummers in Honoré’s eerste comédie musicale Les chansons d’amour (2007). Zonnig als de film door het charmante amateurgezang op het eerste oog lijkt, net buiten het Scopekader wachten de schaduwen al op hun onvermijdelijke entree.

‘Combien d’hivers pour un été?’ luidt de titel van een liedje, ‘Hoe veel winters voor één zomer?’ Soms, ja, lijkt het leven zo. In donkere, onrechtvaardige onbalans. Subtiel heeft Honoré melancholie en verlangen door de lichtvoetige stof geweven. Dat levert prachtmomenten op voor met name Mastroianni, die in haar naturel niets minder dan ontroert. Aandoenlijk is Milos Forman als Vera’s bejaarde en onverbeterlijk schuinsmarcherende vader. Zoals Les bien-aimés mag Christophe Honoré ze vaker maken.

Tekst: Cinema.nl



A DANGEROUS METHOD

4 juni 20:15 uur

6 juni 19:00 uur


Met A dangerous method keert David Cronenberg terug naar een thema dat in zijn oeuvre vaak aan bod kwam. De film draait om pioniers, die uit nieuwsgierigheid en wetenschappelijke ambitie onontgonnen terrein verkennen en daarin persoonlijke, maatschappelijke en professionele grenzen slechten. 

Verenigd Koninkrijk / Duitsland / Canada / Zwitserland, 2011
Drama / Thriller
99 minuten
geregisseerd door David Cronenberg
met o.a. Michael Fassbender, Viggo Mortensen en Keira Knightley

In verontrustende films als The brood, The fly, Dead ringers, Crash en eXistenZ werden de lichamelijke gevolgen van grensverleggend gedrag plastisch verbeeld. De nieuwe film van de 68-jarige Canadees draait daarentegen om ideeën en argumenten. De genoegens zijn er niet minder om.

De film is gebaseerd op het toneelstuk The talking cure van Christopher Hampton, die zich liet inspireren door John Kerrs boek A most dangerous method en die ook het filmscenario schreef, zoals hij eerder bij Dangerous liaisons deed. Boek, toneelstuk en film belichten de gecompliceerde relatie tussen Carl Jung, Sigmund Freud en Sabina Spielrein, die aan het begin van de vorige eeuw de basis voor de moderne psychiatrie en psychoanalyse legden. In Cronenbergs woorden raakten de drie verstrikt in 'een intellectuele driehoeksverhouding'.

De film begint in 1904 met de aankomst van de achttienjarige hysterica Sabina Spielrein (Keira Knightley) bij een Zwitserse kliniek, waar Carl Jung (Michael Fassbender) haar aan een experimentele 'gespreksgenezing' onderwerpt. De jonge dokter is een volgeling van Sigmund Freud (Viggo Mortensen), die het succes van zijn behandelmethode vanuit Wenen toejuicht, waarop de twee hun inzichten en theorieën met elkaar delen.

Tegenstrijdige opvattingen zetten de relatie onder druk en Jung worstelt met zijn gevoelens en beroepsethiek wanneer Spielrein hem als psychoanalytica in opleiding een experimentele seksuele verhouding voorstelt.

Er wordt opmerkelijk veel gesproken en gediscussieerd in A dangerous method, maar voor goede verstaanders moet dat geen bezwaar zijn. Cronenberg en Hampton geven geen droog college, maar een onderkoeld humoristische visie op drie pioniers van de psychologie, die zichzelf en elkaar voortdurend proberen te doorgronden. De subtiel getransformeerde Mortensen maakt Freud tot een intrigerende vaderfiguur, die Jung zowel stimuleert als afremt, en Fassbender speelt de worstelingen, nieuwsgierigheid en ambities van de potentiële troonopvolger prachtig uit.

Aanvankelijk lijkt het door hysterische spasmen gekenmerkte spel van Knightley niet alleen gewaagd, maar vooral overtrokken. Wanneer haar personage tot rust komt en gewenning het ondefinieerbare accent overkomelijk maakt, blijft ze naast Fassbender steken in een rol als aangever. Het is grappig dat ze in het vakjargon van de film een katalysator in zijn ontwikkeling genoemd wordt, maar het boek van Kerr bepleitte juist dat Spielrein als psychologe veel meer krediet verdient. Historisch gezien valt er wel wat op A dangerous method af te dingen, maar Cronenberg levert opnieuw een aanstekelijk stimulerende en provocerende pioniersfilm af.

Tekst: Het Parool



UN AMOUR JEUNESSE

11 juni 20:15 uur

13 juni 19:00 uur


Sterven van liefde, dat kan het mooist en meeslependst wanneer je blad nog onbeschreven is. Op je vijftiende bijvoorbeeld, zoals Camille (Lola Créton) in Un amour de jeunesse, derde regie van voormalig Cahiers du Cinéma-journaliste Mia Hansen-Løve.

Frankrijk / Duitsland, 2011
Drama / Romantiek
110 minuten
geregisseerd door Mia Hansen-Løve
met o.a. Lola Créton, Sebastian Urzendowsky en Magne-Håvard Brekke

Camille geeft zich totaal, maar dat geven voelt voor de vier jaar oudere Sullivan (Sebastian Urzendowsky) allengs als een houdgreep. Wanneer hij zijn geplande Zuid-Amerika-omzwerving doorzet, implodeert Camilles wereldje.

Haar liefde woekert door bijna tien jaren. Een liefde die woedt als een onblusbaar vuur. Die zich voedt met de herinnering aan intens beleefde zomerdagen in de Ardèche, met iedere geheugensnipper welbeschouwd. Wanneer het meisje weer een speld op de Zuid-Amerika-kaart prikt om Sullivans laatste levensteken te markeren, weet je: dat gaat fout. ‘Il faut tourner la page maintenant, ma chérie,’ zegt pa empathisch doch gedecideerd wanneer zijn dochter na een pillenoverdosis in een kliniek ligt. Die bladzijde wordt, ondanks Camilles hechte relatie met architect/professor Lorenz (Magne Håvard-Brekke), nooit écht omgeslagen.

Wanneer dat uit-de-afgrondpunt is bereikt, bevindt de kijker zich in een adolescentenuniversum dat soms wel doet denken aan de subtiele cinema van Jacques Doillon (Le jeune Werther). En waarin inhoud en vorm eenzelfde Nouvelle Vague-achtige openheid hebben. Hansen-Løve durft het verhaal te laten meanderen, het leven meandert immers ook. De natuurlijke belichting en fotografie ademen de vrijheid, het eenmalige avontuur van jong zijn. De boodschap is helder: mijmer niet te veel over wat was, maar leef het nu.

In een prachtige sneeuwscène kussen Camille en Sullivan elkaar op de Parijse pont de Suresnes. Voelbaar de kou, de intensiteit van het ogenblik. Un amour de jeunesse is ervan doordesemd. Waarachtig luidt hier het sleutelwoord, ook details krijgen liefdevol van Hansen-Løve reliëf. Een cadeau gegeven Panamahoedje, het schilderijtje van Jacques-Émile Blanche waarmee Sullivan zijn grote oversteek financiert. Camilles maquette, vol beginnersfouten, voor haar architectuurstudie. Ja, ook zoiets ogenschijnlijk banaals als een korte inspectie van pre-renovatiepandafwatering. Textuur is alomtegenwoordig in dit fijngeweven geheel.

Temidden van dit alles is de frêle Créton een openbaring, Camille zien lijden is medelijden. Amusant is de metablik van de filmmaakster, even, wanneer Sullivan met Camille naar de film is geweest. Typisch Franse cinema, dat oeverloze geklets, merkt de jongeman misprijzend op. Klopt helemaal. Dat die cinema maar nooit mag uitsterven. En mag beroeren en beklijven met zulke alleszeggende slotbeelden als die in Un amour de jeunesse.

Tekst: Cinema.nl